Een tandarts zei laatst: "Wij weten vaak al bij de eerste intake dat een conventionele prothese kansloos is. Toch moeten we het doen voor de vergoeding. Het voelt niet ethisch...". Vanuit mijn beroep spreek ik dagelijks veel tandartsen, zo ook over de problemen waar zij en hun patiënten in de praktijk tegenaan lopen. Een onderwerp dat keer op keer de gemoederen blijft bezighouden, is het klikgebit bij patiënten met een platte onderkaak. Iedereen weet wat in dergelijke gevallen de beste oplossing is, een implantaatgedragen gebitsprothese, maar het huidige zorgsysteem maakt die weg vaak onnodig ingewikkeld en duur. Na het trekken van de tanden en kiezen krijgt de patiënt een immediaatprothese, een tijdelijke voorziening die direct wordt geplaatst. Een immediaatprothese wordt in de meeste gevallen niet vergoed in combinatie met implantaten, tenzij er sprake is van aanvullende dekking of een specifieke medische indicatie. De regelgeving eist dat er eerst een definitieve conventionele prothese wordt vervaardigd en pas daarna mag een aanvraag voor implantaten worden ingediend. In de praktijk betekent dit dat patiënten eerst twee tussenstappen moeten doorlopen: 1: Een immediaatprothese. 2: Een definitieve prothese die na enkele maanden alweer vervangen wordt. 3: Een klikgebit dat wel goed functioneert. Deze aanpak is in veel gevallen niet alleen onhandig voor de patiënt, maar ook onnodig kostbaar voor de zorg als geheel. De vergoeding voor een implantaatgedragen prothese is vastgelegd in het basispakket van de Zorgverzekeringswet. Volgens de richtlijn moet eerst geprobeerd worden of een gewone volledige prothese voldoende functioneert. Pas als dat niet lukt, mag een verwijzing volgen voor implantaten. De conventionele prothese is dus een vereiste stap om de medische noodzaak te kunnen onderbouwen. "In ieder behandelplan dat wordt opgesteld, moet de hulpvraag van de patiënt voorop staan. Op basis van informed consent bepaalt de patiënt uiteindelijk de keuze van de behandeling. Ik heb nog nooit een hulpvraag gehoord die klinkt als: doe mij maar een gebit dat door mijn mond rammelt." -Tandarts over de verplichting tot een conventionele prothese-. Feit is dat veel patiënten die een conventionele onderprothese dragen, op den duur flinke problemen ervaren. Omdat de prothese vaak loszit door resorptie van bot, ontstaan er pijnlijke drukplekken en irritaties in de mond. Dit maakt het moeilijk om normaal te eten en te spreken. Door deze klachten voelen patiënten zich vaak onzeker en schamen zich, waardoor ze sociale contacten vermijden. Je hoeft geen raketgeleerde te zijn om te weten dat het gevolg is dat ze zich geïsoleerd en somber kunnen gaan voelen. De wetenschap weet dat na extractie in de eerste 6 tot 12 maanden een significante botresorptie plaatsvindt, waardoor het kaakbotvolume en de contouren veranderen. Implantaten vereisen een stabiele botstructuur voor succesvolle osseointegratie, waardoor implantaatplaatsing vaak wordt uitgesteld totdat het bot voldoende gerijpt is. Tijdens deze fase wordt meestal een conventionele volledige prothese geleverd om functionele rehabilitatie te waarborgen. Indicatief liggen de kosten van een immediaatprothese en een conventionele prothese gemiddeld tussen de €1.300 en €1.900 per patiënt. Het is best aannemelijk om te denken dat er 25.000 tot 30.000 nieuwe volledige onderprotheses per jaar in Nederland worden aangemeten en dit betekent een potentiële verspilling van een bult euro's aan dubbele protheses, aanpassingen en rebasingen. Door direct implantaten te plaatsen bij duidelijke indicaties kan de zorgverzekeraar zo'n €1.000 per patiënt besparen, wat bij 10.000 patiënten per jaar €10 miljoen minder zorgkosten betekent. Op nationale schaal komt dat dus neer op miljoenen minder zorgkosten per jaar, naast het enorme comfortvoordeel voor de patiënt. Een iets hogere eigen bijdrage van bijvoorbeeld €100 tot €200 per patiënt zou het systeem bovendien financieel stabiel kunnen houden. Dat is een eerlijkere verdeling, lagere totale zorgkosten en sneller resultaat voor de patiënt. Dit probleem staat niet op zichzelf. In een zorgsysteem dat onder druk staat door vergrijzing, personeelstekorten en stijgende kosten, zou ik kiezen voor slimme, doelmatige zorg. Het verplicht inzetten van behandelingen die niet werken, gaat lijnrecht in tegen het principe van passende zorg waar het ministerie van VWS en zorgverzekeraars zeggen naar te streven.
Vond je dit artikel nuttig? Deel het.